|
Goed dat er jeugdzorg is
De Bureaus Jeugdzorg Gelderland
en Overijssel begeleiden samen ruim 5.000 jongeren die door de rechter onder
toezicht zijn gesteld. Wij helpen bijna 1.500 jongeren die via justitie een
jeugdreclasseringsmaatregel hebben gekregen. Wij onderzoeken per jaar zo'n 2.400 meldingen van kindermishandeling. En dan hebben
we het nog niet over de ruim 13.000 aanmeldingen die
we per jaar krijgen bij de vrijwillige jeugdhulpverlening, de bijna 80.000
contacten met de Kindertelefoon of de bijna 1.000 keer dat onze Spoedeisende
Zorg ('de brandweer van de jeugdzorg') uitrukt vanwege een kind dat acuut
geholpen moet worden.
In Gelderland en Overijssel kun
je snel terecht bij Bureau Jeugdzorg, dag en nacht. Als je specialistische hulp
nodig hebt, loopt dat via ons (zonder het toegangskaartje geen recht op
jeugdzorg). Kom je na werktijd in de problemen: wij zijn 7 x 24 uur
beschikbaar.
Onze werkers krijgen te maken met
kinderen die opgroeien in een omgeving waar vaak sprake is van veel problemen
tegelijkertijd: verslaving, verstandelijke beperkingen, criminaliteit,
psychiatrische aandoeningen, werkloosheid, slechte huisvesting, mishandeling,
agressie, eerwraak, verwaarlozing, huiselijk geweld. Het gaat vaak om kinderen
en gezinnen met ernstige opgroei- en opvoedproblemen, die
niet zelf een beroep op zorg doen en niet vragen om hulp. Het zijn gezinnen
waar anderen zich zorgen over maken.
Ook zijn er gezinnen waar het
tijdelijk niet goed gaat, bijvoorbeeld rondom een scheiding en waar hulp nodig
is om tot een omgangsregeling te komen. Daarnaast zijn er gezinnen waar het met
de meeste kinderen erg goed gaat maar met één kind niet. Kortom, er is een
veelheid aan omstandigheden waar onze werkers mee te maken krijgen.
Voor ons staat de veiligheid van
kinderen hoog in het vaandel. Het eerste wat wij doen, is nagaan of het kind
zich in een veilige situatie bevindt. Wij hebben van de samenleving de opdracht
gekregen kinderen te beschermen en te helpen als zij in hun ontwikkeling worden
bedreigd. Dat is geen gemakkelijke taak. Wij bemoeien ons namens de
maatschappij met de opvoeding. Soms betekent het dat wij voorstellen een kind
uit huis te plaatsen. Dat doen wij niet in ons eentje. Dat is een besluit van
de rechtbank op advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
Ieder kind heeft recht op een
band met zijn eigen ouders, maar niet alle ouders zijn goede opvoeders. Daarom
maken wij onderscheid tussen ouderschap en opvoederschap. De binding met je
ouders is van het grootste belang. Toch kan het in het belang van het kind zijn
opgevoed te worden door anderen: familie, kennissen of pleegouders.
Elke dag brengen wij kinderen in
veiligheid, redden wij kinderen en voorkomen wij dat kinderen mishandeld of
verwaarloosd worden. Elke dag maken onze medewerkers keuzes met ingewikkelde
afwegingen, keuzes tussen een uithuisplaatsing en opgroeien bij je ouders,
tussen veiligheid en vrijheid, ouderschap en opvoederschap, tussen gedwongen en
vrijwillige hulpverlening, tussen privacy en openheid, tussen wel of niet
ingrijpen. Elke dag nemen wij in moeilijke omstandigheden onze
verantwoordelijkheid.
Dit leidt niet altijd tot begrip. Soms wordt ons verweten dat we niet ingrijpen
en de situatie te rooskleurig inschatten, nog vaker
wordt ons verweten dat we wel ingrijpen. De realiteit is dat we meestal afgaan
op signalen uit de maatschappij die we vervolgens onderzoeken. Als een
onderzoek leidt tot de conclusie dat er sprake is van een veilige situatie, dan
voelen de ouders zich beledigd. Dat is begrijpelijk. Als er wel sprake is van
een onveilige situatie, dan wordt dit lang niet altijd geaccepteerd.
Wij kijken niet werkeloos toe,
wij grijpen in. Wij steken onze nek uit. Dat maakt ons werk tot een bijzonder
vak, waar we met zijn allen trots op zijn. Maar helaas kunnen ook wij familiedrama's
niet voorkomen.
Veel mensen zitten niet te
wachten op bemoeienis van de jeugdzorg. En zeker niet dat wij ongevraagd achter
de voordeur komen kijken wat er aan de hand is. Toch is dat onze opdracht,
bijvoorbeeld als we onderzoek doen naar vermoedens van kindermishandeling, of
als de rechter vindt dat ouders zonder toezicht niet in staat zijn voor hun
kinderen te zorgen. Dan valt het niet mee alle partijen tevreden te stellen.
Dat kan leiden tot ontevredenheid en klachten. Daarom is het goed dat ook wij
getoetst worden. Wij doen ons werk niet in een vacuüm. Wij worden kritisch
gevolgd door cliëntenraden, belangenbehartigers van cliënten, de
klachtencommissie, de inspectie, de Raad voor de Kinderbescherming, de
rechtbank, de media.
Dit stuk schrijven we naar aanleiding
van een artikel in De Stentor van 2 januari 2010. Wij willen graag in gesprek
met 'de samenleving' over wat er beter kan in de jeugdzorg, bij Bureau
Jeugdzorg. Wij stellen ons open voor kritiek, wij willen leren van onze fouten.
Maar we vinden het ook heel belangrijk dat we dat gesprek voeren op basis van
de feiten. Wij kunnen er niet goed tegen als er aperte onzin wordt verkocht,
zoals de bewering dat wij geld verdienen aan het uit huis plaatsen van
kinderen. Ten eerste: wij plaatsen geen kinderen uit huis. Dat doet de
rechtbank. Ten tweede: er is absoluut geen sprake van dat wij daar geld voor
zouden krijgen.
De jeugdzorg is een prachtig vak,
wij komen op voor de meest kwetsbare groep in onze samenleving. Wij gaan door
met waar wij goed in zijn: het beschermen van kinderen. Wij geloven in de
kracht van de jeugdzorg. De jeugdzorg kiest partij voor kinderen, dag in dag
uit.
Martin Dirksen,
bestuurder Bureau Jeugdzorg Overijssel
Hans Lomans, bestuurder Bureau Jeugdzorg Gelderland
|